en-USnl-NL
Monday, May 20, 2019

Pech met uw voertuig

Er wordt onderscheid gemaakt tussen pech op de rijbaan en pech op de vluchtstrook. In beide gevallen geldt:

  • Zorg voor uw eigen veiligheid
    • Zet uw alarmlichten aan om het verkeer te waarschuwen
    • Trek een veiligheidshesje aan voordat u uw voertuig verlaat. Dit geldt voor alle inzittenden
    • Na een ongeval of bij pech op de auto(snel)weg blijft niemand in het voertuig zitten. Alleen bij (vermoeden van) letsel laat u personen wèl in het voertuig zitten
    • Blijf nooit op de rijbaan staan
    • Duw nooit een auto aan de kant
    • Houd altijd het verkeer in de gaten, dus ook eventueel verkeer op de vluchtstrook
    • Ga achter de vangrail (midden- of buitenberm) of in de berm staan, maar steek geen rijstroken over

Pech op de rijbaan

 

  • Zorg voor uw eigen veiligheid
    • Zet uw alarmlichten aan om het verkeer te waarschuwen
    • Trek een veiligheidshesje aan voordat u uw voertuig verlaat. Dit geldt voor alle inzittenden
    • Na een ongeval of bij pech op de auto(snel)weg blijft niemand in het voertuig zitten. Alleen bij (vermoeden van) letsel laat u personen wèl in het voertuig zitten
    • Blijf nooit op de rijbaan staan
    • Duw nooit een auto aan de kant
    • Houd altijd het verkeer in de gaten, dus ook eventueel verkeer op de vluchtstrook
    • Ga achter de vangrail (midden- of buitenberm) of in de berm staan, maar steek geen rijstroken over
  • Bel 112 voor assistentie
    • Leg uit waar u bent, waar staat u op de auto(snel)weg?
      1. Geef bij ongeval of pech alle informatie van het dichtstbijzijnde hectometerbord door:
        • het wegnummer, bijvoorbeeld de A4
        • de hectometeraanduiding, bijvoorbeeld 50.8
        • Li (links) of Re (rechts) en (indien vermeld) de zwarte letter op het gele vlak, bijvoorbeeld de t

Pech op de vluchtstrook

 

  • Zorg voor uw eigen veiligheid
    • Zet uw alarmlichten aan om het verkeer te waarschuwen
    • Trek een veiligheidshesje aan voordat u uw voertuig verlaat. Dit geldt voor alle inzittenden
    • Na een ongeval of bij pech op de auto(snel)weg blijft niemand in het voertuig zitten. Alleen bij (vermoeden van) letsel laat u personen wèl in het voertuig zitten
    • Blijf nooit op de rijbaan staan
    • Duw nooit een auto aan de kant
    • Houd altijd het verkeer in de gaten, dus ook eventueel verkeer op de vluchtstrook
    • Ga achter de vangrail (midden- of buitenberm) of in de berm staan, maar steek geen rijstroken over
  • Bel voor uw personenauto de pechhulpdienst
  • Bel 112 voor assistentie
    • Leg uit waar u bent, waar staat u op de auto(snel)weg?
      1. Geef bij ongeval of pech alle informatie van het dichtstbijzijnde hectometerbord door:
        • het wegnummer, bijvoorbeeld de A4
        • de hectometeraanduiding, bijvoorbeeld 50.8
        • Li (links) of Re (rechts) en (indien vermeld) de zwarte letter op het gele vlak, bijvoorbeeld de t

Gebruik van vluchtstrook

De vluchtstrook is alleen te gebruiken voor noodgevallen. Stop dus alleen in uiterste nood op de vluchtstrook, mede omdat:

  • weggebruikers geen voertuigen hier verwachten
  • weggebruikers geen zicht hebben op de vluchtstrook als ze achter een groter voertuig rijden
  • het snelheidsverschil tussen een stilstaand voertuig en het verkeer op de naastliggende rijstrook minstens 80 km/u is

De vluchtstrook is alleen voor de hulp(verlenings) diensten. Moet u toch naar de vluchtstrook uitwijken zorg dan:

  • voor uw eigen veiligheid
  • zet uw auto zo ver mogelijk aan de kant
  • stap uit aan de kant waar het verkeer niet rijdt
  • ga achter de vangrail staan en
    • in geval van nood, bel 112
    • bij pech, zie het onderwerp ‘Pech met je voertuig’
  • leid het andere verkeer niet af
  • ga zelf nooit op de vluchtstrook staan
Home   |   Wat is IM   |   news   |   Organisatie   |   Projecten   |   Partners   |   Weggebruikers   |   meerwetenoverim
Copyright 2010 by DotNetNuke Corporation